Het Brancheonderzoek

Het periodieke Brancheonderzoek naar oorzakenen veroorzakers van overbodige bureaucratie

Het Branchecentrum doet periodiek brancheonderzoek bij ondernemers, professionals (in loondienst en zelfstandig) en uitvoeringsambtenaren. Zij hebben opvallend veel soortgelijke klachten en belangen als het onderwerp overbodige bureaucratie wordt aangesneden. Al sinds 2003 wordt tijdens de bijeenkomsten van het Branchecentrum en tijdens individuele diepte-interviews consequent en gericht gevraagd naar overbodige bureaucratie en vele andere verwante problemen die zij dagelijks ondervinden bij de uitvoering van hun werk. Oorzaken en veroorzakers van overbodige bureaucratie worden zo zichtbaar gemaakt, zoals:

Het periodieke Brancheonderzoek naar oorzakenen veroorzakers van overbodige bureaucratie

excessieve regelgeving
onredelijke toepassing of interpretatieverschillen van de regels
lange, trage en ingewikkelde procedures
moeizame communicatie tussen overheidsdienaren en ondernemers
te veel veranderingen in regelgeving en procedures
een te ingewikkelde organisatiestructuur van de overheid
de risicomijdingscultuur (altijd maar weer nieuwe detailregels maken om elk risico uit te sluiten)
de politiek die dingen goed wil doen maar niet de goede dingen doet
ambtenaren die te weinig gebruik maken van hun beslissingsruimte
te veel schakels in een keten (oftewel veel te veel organisaties die zich ergens mee bemoeien)
wantrouwen bij controlerende instanties en dus veel te veel informatieverplichtingen aan de overheid
De vraaggesprekken vinden plaats in een ontspannen en informele sfeer. Dit stelt het Branchecentrum in staat om signalen op te pikken die onopgemerkt blijven in veel officiële inventarisaties en enquetes. Het Branchecentrum maakt voor haar onderzoek onder meer gebruik van haar eigen netwerk van 30.000 functionarissen in overheid en bedrijfsleven.

Samenwerking en lobby

Vanuit het Branchecentrum worden productieve werkcontacten onderhouden met allerlei organisaties. Zoals met bureaucratiebestrijders in Nederland (waaronder de Kafkabrigade – www.kafkabrigade.nl) en met bureaucratiebestrijders in diverse andere Europese landen (waaronder de Dienst Administratieve Vereenvoudiging van de Kanselarij van de eerste minister in België (www.vereenvoudiging.be)

Fractiespecialisten in de Tweede Kamer en medewerkers van de Rijksdienst Ondernemend Nederland worden op de hoogte gehouden van onvermoede veroorzakers van overbodige bureaucratie.

Leden van brancheorganisaties maken gebruik van speciale bijeenkomsten van het Branchecentrum.

Er wordt inbreng geleverd in SER-adviescommissies en er wordt overlegd met ambtenaren van een aantal ministeries (waaronder EZ, dat regeldruk voor ondernemers wil verminderen met miljarden).

Zonodig wordt geprocedeerd bij de bestuursrechter en/of worden klachten aanhangig gemaakt bij de Mededingingsautoriteit.

Publiciteit

Het Branchecentrum becommentarieert het actuele overheidsbeleid als het overbodige bureaucratie veroorzaakt. De resultaten van onderzoek en de klachten worden zonodig aangekaart bij de rijksoverheid en de politiek, en er wordt met enige regelmaat opgetreden in de media. Via openbaarmaking van resultaten van peilingen en interviews worden resultaten en schokkende conclusies regelmatig opgepikt door de media. Er werd de afgelopen jaren al media-aandacht besteed door NRC, het Financiële Dagblad, het Parool, NU.nl, Zembla (VARA TV), Goedemorgen Nederland (KRO Radio), etc.

Wat heeft het opgeleverd – enkele geboekte resultaten:

Het Branchecentrum maakte, naar aanleiding van klachten van ondernemers, middels diverse opzienbarende en onafhankelijke brancheonderzoeken in haar grote netwerk zichtbaar dat startende en kleine bedrijven onevenredig veel moeite hebben met bureaucratie en overheidsverplichtingen.

Ook werd duidelijk dat kleine tot middelgrote bedrijven zich bovendien steeds meer afkeren van (de besturen van) hun branchevereniging, die zij steeds meer zien als een verlengstuk van overheidsbureaucratie en overigens als een speelbal voor dominante bedrijven die hun stempel op de branche willen drukken.

De resultaten van een aantal onderzoeken werden in de media breed uitgemeten en deden veel stof opwaaien.

Vanuit het Branchecentrum werd succesvol gelobbyd voor fiscale compensatie voor milieu-investeringen voor onder meer de automobielbranche die verplicht en massaal vloeistofdichte vloeren moest aanleggen tegen bodemverontreiniging.

Het Branchecentrum drukte haar stempel op de totstandkoming van een werkbare Nederlandse Richtlijn Bodembescherming en wist in de publiek-private werkgroep als onafhankelijk vertegenwoordiger van het mkb-bedrijfsleven de patstelling tussen bedrijven en gemeenten te doorbreken.

Het Branchecentrum begeleidde een vereniging van orthopedisch-schoentechnische bedrijven bij de door de Mededingingsautoriteit gewenste beëindiging van het collectieve overleg van het bestuur van de vereniging met zorgverzekeraars waardoor de tot die tijd door het bestuur kunstmatig hoog gehouden tarieven van medisch hulpmiddelen omlaag konden en schoenmakers onafhankelijk van de bevoogdende gedragsregels van de branchevereniging zelf konden gaan concurreren op prijs en kwaliteit.

Bij een grote werkgeverskoepel in de metaalindustrie (12.000 leden) en een daarbij aangesloten branchevereniging in de coatingindustrie werd een beschamende hoeveelheid administratieve lasten en verspilling van energiebesparingssubsidies van de overheid geconstateerd. De leden bleken de subsidies helemaal niet nodig te hebben, terwijl de vereniging echter gewoon doorging met het aanboren van zo veel mogelijk subsidiebronnen. Daarop werd voorgesteld om ook de niet-leden van de branchevereniging dan maar te laten profiteren van de subsidiemogelijkheden en om die bedrijven dan ook meteen maar massaal en gratis toe te laten tot het lidmaatschap van de vereniging. Dat betekende niets minder dan een mogelijke openbreking van het tot dan toe gesloten bolwerk van de oppervlaktebehandelende industrievereniging. De werkwijze van een “open branchevereniging” werd sindsdien overgenomen binnen buiten de vereniging.

Het Branchecentrum richtte in de asbestbranche een Platform van kritische bedrijven op, dat in staat was een gemeenschappelijk en krachtig protest te laten horen tegen doorgeslagen controledrift van de overheid en de daaraan zelfs medeplichtig geworden brancheverenigingen in de asbestbranche. Tegelijkertijd werden politici en de Arbeidsinspectie aangesproken op een “zero tolerance”-benadering van illegaliteit in de branche en werd Rijkswaterstaat geadviseerd over een op grond van Kamervragen noodzakelijk gebleken drastische inhaalslag op het gebied van asbestonderzoek aan asbestgevaarlijke Rijks-objecten.